De Onrust is als zeilende vrachtvaarder voor de rivieren, in 1885 gebouwd. Omdat de scheepswerven in die tijd overstapten van houtbouw naar de bouw van ijzeren schepen in de zoektocht naar drogere schepen, is dit schip een van de oudere nog rondvarende ijzeren schepen. Er zijn er nog ouder, maar zover ik weet zijn dat allemaal stevenaken, geen klippers.  Verder is opmerkelijk dat de Onrust als tweemaster gebouwd is. Gezien haar lengte van 90 voet zeker opmerkelijk, daar de collega’s rondvoeren met 1 mast. Men. J. Baars uit Rhenen liet het schip door de Gebr. G. en H. Bodewes in het Groningse Martenshoek bouwen.

 (Aan het einde van de pagina vind U de orginele tekst uit dit Contract.)

 

Hoop op Zegen

Het schip heette Wiegertje en stond tot 1904 geregistreerd in Ruhrort, daar waar de Ruhr in de Rijn stroomt, vlakbij Duisburg (D). Daarna  werd het schip vernoemd als Annigje en stond tot 1937 in Rotterdam ingeschreven in het Kadaster. Vanaf die tijd heette ze “Hoop op Zegen” tot haar vrachtdagen voorbij waren, eind jaren tachtig. Een hele tijd heeft ze in Leeuwarden gelegen, totdat ze te koop aangeboden werd en Rene Oosterman uit Harlingen haar kocht.

Hoop op Zegen

Hij verbouwde haar tot Charterzeilschip en bracht haar als “Tadorna” in 1993 weer in de vaart. Dit  beviel blijkbaar niet want eind 1993 werd ze alweer doorverkocht aan H. de Groot, die haar naar Hoorn bracht en Omdoopte tot “Heer Leo”. Via de verschillende thuishavens Hoorn en Medemblik voer het schip vanaf 2000 vanuit Enkhuizen. Eind 2001 paste ze precies in de toekomstplannen van Peter Prins die haar kocht en omdoopte tot “Onrust”, haar huidige naam.

Contract (afschrift)

Tussen de schipper Joh. Baars te Rhenen en de scheepsbouwmeesters Gebr. G. en H. Bodewes. De Gebr. G. en H. Bodewes nemen aan om te maken een ijzeren aakschip ( van achteren rond ) voor de schipper Joh. Baars te Rhenen.

Hoofdafmetingen

Lang over de steven 90 voet, breed 18 voet, holte van het vlak tot aan het gangboord 6 voet Amsterdamse maat.

Yzerdikte

Vlak en kimmen 5/10 dm. wanden 1/4 dm. berghouten breed 9 dm. dik 3/8 dm.  drie yzeren waterdichte schotten dik 3/20 dm. met de nodige hoekyzers. Denneboom dik 1/4 dm. hoogte 18dm. op iedere spant een knie onder het gangboord en den anderen spant een knie van plaatyzer dik 1/4 dm. met hoekyzer aan de gangboorden, en denneboom verbonden alsmede aan de spanten. Kattesporen breed 8 dm. dik 1/4 dm. dekken en gangboorden gruityzer als gewoon, twee yzeren mastkokers aan de groote mastkoker een lier.

Afmetingen van hoekyzer

Spanten van hoekyzer 2x2 afstand hart op hart 15 dm. aan elke spant een kattespoor, aan de bovenkant kattespoor een hoekyzer 2x2 dm. over de hoekyzers van de kattesporen in de laadruimen van schot tot schot twee T yzers geklonken en twee hoekyzers in de kimmen, hoekyzer aan dek boeiing denneboom schilden knieen 2x2 dm. over de boeiing een halfrond van 2 dm.  de boeiing hoogte 10 dm. dekbalken hoekyzer 3x1 3/4 dm.

Betimmering

Het schip in het ruim geheel beschoten met vurenhout, achterop een roef  9 voet lang ongeveer netjes beschoten, zoo ook het achteronder en vooronder beschoten alles met vurenhout of iepenhout de roef van boven 2 dm. greenenhout en van buiten en van onderen yzer een pomp met gootsteen een waterkist van gegalverniseerd yzer. Luiken best vurenhout 5/4 dm. blijvens onder ieder luik drie klampen, in iedere klamp twee klinkbouten. Merkels van vuren 3/4 dm. of yzeren schaarstokken van vuren 6x7 dm. Buikdenning van Amerikaans greenenhout 1 3/4 dm. in elk laadruim twee vurenhouten pompenkasten, een kolenkist met vier rolletjs twee ruimtrappen een buitenboordtrap, wandelspieren, schalklatten, verzegeling twee eikenhouten zwaarden dik 3 1/2 dm. barringstoelen, twee houten gangen boegspriet, bokkenpooten, met al het nodige yzerwerk wrijfhouten. Voor en achter op de schildbanken aan beide zijden twee yzeren geslagen bolders twee gegoten bolders achterop de boeiing achter op ook nog zonnetentstutten. Een ankerlier ingericht voor twee kettingen op te varen en tot maststrijken. Twee standen blokken voor de zwaarden en twee blokken ( zoogenaamd klaplopers ) met twee schijven voor de ketting der zwaardlieren.

Besmeden

Yzerwerk aan de zwaarden, een stuurlier achterop, met een geslagen kwadrant en loose helmstok, aan verzegeling overloop,  puttings, bolderpennen,  wandelspieren de nodige klampen aan de kokers twee pompen ect. een wasbak

Schilderen

Onder water twee maal teeren, verders naar boven eerst ruwe olie daarna bruin manier berghouten zwart, dek, denneboom zwart, roef van buiten groen van binnen houtkleur en vernissen voorin schilderen als gewoon,  voorin ook nog een yzeren kettingkist. Het schip van binnen tweemaal gesmeerd met ruwe olie, verders het schip geheel klampklaar zoo een zeilschip behoord. Alle stuiken zoowel aan romp als aan dek een dubbele rij klinknagels.

 Conditien

Vooraf het boven gemelde verbind de schipper Joh. Baars om aan de Gebr. G. en H. Bodewes Martenshoek te betalen een som van zesduizend vierhonderd gulden in drie termijnen. De eerste termijn met het tekenen van dit contract één duizend gulden. De tweede termijn als ‘t schip in de spanten staat één duizend gulden. De derde termijn als ‘t schip van de werf zal vertrekken vierduizend en vierhonderd gulden. De tijd van klaar zijn is bepaald in de maand Augustus achtienhonderd en vijf en tachtig. Het schip moet gemaakt worden van eerste soort, Luiks yzer uit de fabriek de ‘l esperance.

Rhenen den 6 Febr. 1885

            Gebr. G. en H. Bodewes.

next back home